Naar de Foto galerij


polaroids

Pedagogisch Beleidsplan Club Bambino | Afdrukken |

INHOUDSOPGAVE


INLEIDING

I DOELSTELLINGEN KINDERDAGVERBLIJF CLUB BAMBINO

II ALGEMENE VISIE

III VORMGEVING VISIE

IV UITWERKING VISIE

A. HET KIND STAAT CENTRAAL
1. Spelontwikkeling
2. Lichamelijke ontwikkeling
3. Verstandelijke ontwikkeling
4. Sociale ontwikkeling
5. Emotionele ontwikkeling

B. LEEFKLIMAAT
1. Groepsindeling
2. Dagindeling
3. Groepsinrichting
4. Hygiëne
5. Veiligheid

C. OUDERS
1. Informatieboekje
2. Intake gesprek
3. Ouderraad
4. Ouderavonden
5. Overdracht

INLEIDING

Kinderdagverblijf Club Bambino is een particulier kinderdagverblijf met drie vestigingen: één in Heemstede, één in Haarlem en één in Cruquius. In dit kinderdagverblijf wordt opvang geboden aan kinderen van 0 tot 4 jaar.
Wij werken met een verdeling naar drie leeftijdsgroepen: de babygroep (8 weken - 1,5 jaar), de dreumesgroep (1 jaar - 2,5 jaar) en de peutergroep (2,5 jaar - 4 jaar).
De vestiging Cruquius heeft tevens naast de baby-, dreumes-, en peutergroep ook een groep van kinderen van 0 - 2 jaar en een groep van 2 - 4 jaar. Waarom wij voor deze indeling hebben gekozen, wordt duidelijk gemaakt in het hoofdstuk "Het kind staat centraal".

Eén van de doelen van ons kinderdagverblijf is het bieden van goede opvang. Voor het bieden van goede opvang is veel noodzakelijk, zoals op het gebied van accommodatie, beroepskrachten, materiaal, pedagogische uitgangspunten en werkwijze, en samenwerking met ouders. Veel van de kwaliteit van een kinderdagverblijf hangt af van het pedagogisch beleid. Tegelijkertijd is het benoemen van een pedagogische werkwijze ook het moeilijkste. Aan de hand van literatuur en voorbeelden van collega-instellingen hebben wij een poging daartoe ondernomen.

I. DOELSTELLINGEN KINDERDAGVERBLIJF CLUB BAMBINO

Kinderdagverblijven Club Bambino BV is statutair gevestigd te Heemstede.
De BV heeft o.a. als doelstelling:
- het bevorderen van kinderopvang in de ruimste zin van het woord;
- het stimuleren van meningsvorming over kinderopvang en opvoeding;
- het verrichten van diensten van sociale aard;
- het oprichten en in stand houden van gastouderprojecten;
- het oprichten en in stand houden van kinder- en peuter-dagverblijven;
- beroepskrachten in loondienst aan te stellen, die in het kader van de doelstelling ondersteunend, stimulerend, coördinerend en uitvoerend werkzaam zullen zijn;
- vakkrachten aan te trekken t.b.v. activiteiten, die een specifieke deskundigheid vereisen;
- vrijwilligers te werven en op te leiden voor het (mede) uitvoeren van het werk;
- het onderhouden van contacten met instellingen, personen of groepen, die geheel of gedeeltelijk werkzaam zijn op het terrein van de BV;
- het bestuderen van problemen in het werkgebied van de BV, het stimuleren van studie en onderzoek waardoor de kennis op dit terrein kan worden vergroot en het rapporteren over deze problemen alsmede het geven van adviezen aan de daarvoor in aanmerking komende personen en instellingen.

II. ALGEMENE VISIE

Binnen de kinderopvang van Kinderdagverblijf Club Bambino gaan wij uit van een positieve benadering van het kind. Wij willen de kinderen de ruimte geven om zich te ontplooien tot open, evenwichtige en zelfstandige mensen.

De kinderen zullen op zo'n manier worden gestimuleerd, dat dit aansluit op hun individuele behoeften. Er mag dan ook geen sprake zijn van overstimulatie of onderschatting. Het behoort tot de deskundigheid van de pedagogisch medewerker, om de kinderen op het juiste moment zodanig te stimuleren, dat ze een stap verder komen in hun ontwikkeling. Voor ons betekent dit, dat naast geborgenheid en verzorging het accent van begeleiding zal liggen op spel, fantasie en expressie.

In onze benadering is het belangrijk, dat de situatie thuis en die van het kinderdagverblijf op elkaar worden afgestemd.

[ Terug naar boven ]

III. VORMGEVING VISIE

1. Het kind staat centraal
Hieronder wordt verstaan, dat wij zullen proberen de wereld van het kind zoveel mogelijk te benaderen.
Pedagogisch medewerkers zullen alert moeten zijn op de individuele ontwikkeling en behoeften van kinderen en hen hierin respecteren. Dit betekent, dat kinderen de ruimte en de mogelijkheid krijgen om hun grenzen te verleggen. Voorwaarde is, dat dit gebeurt in een omgeving die huiselijkheid biedt en uitnodigt tot spel. Een vastomlijnd leerplan wordt bewust niet aangeboden.

2. Leefklimaat
Er wordt een leefklimaat gerealiseerd, waarbij wordt gelet op gehechtsrelaties, veiligheid, hygiëne, verzorging en inrichting.

3. Ouders
De ouders die ons kinderdagverblijf bezoeken, blijven zelf verantwoordelijk voor de opvoeding van hun kinderen.
Wij gaan ervan uit, dat ouders onze algemene visie onderschrijven en de dagverblijfregels volgen. Onze verantwoordelijkheid bestaat uit het zoveel mogelijk op elkaar afstemmen van de thuissituatie en de kinderdagverblijfsituatie. Opvoedingsideeën van de ouders moeten daarom bekend zijn bij de groepsleiding.
Bovendien kunnen ouders gebruik maken van de deskundigheid van de pedagogisch medewerkers, hoofdleidsters de adjunct-directeur en directeur.

4. Kwaliteit
Voor de kwaliteit die Kinderdagverblijf Club Bambino wil bieden, is het een vereiste, dat er gekwalificeerd en gemotiveerd personeel wordt aangetrokken. Club Bambino werkt derhalve met gediplomeerde pedagogisch medewerkers. Het opleidingsniveau van de pedagogisch medewerkers is een MBO-kindgerichte opleiding (veelal SPW 3) of een volgens de CAO-Kinderopvang gelijkgestelde opleidingskwalificatie.
Binnen het personeelsbeleid zal dan ook aandacht worden geschonken aan: aanstellingscriteria, scholing en deskundigheidsbevordering, ziekteverzuim, invalbeleid en stagebeleid.
De overlegstructuur neemt een belangrijke plaats in binnen de organisatie.

5. Leidsters in opleiding
Club Bambino is geregistreerd als leerbedrijf van de OVDB (Landelijk Orgaan Beroepsonderwijs).
Deze erkenning geldt voor de kwalificatie(s):
- Sociaal Agogisch Werk
- Sociaal Pedagogisch Werker (3)
In iedere vestiging is er plaats voor een 1e jaars leerling en een 2e jaars leerling of een 2e en 3e jaars leerling. De leerlingen dienen niet dezelfde dag stage te lopen.
Ten aanzien van de inzetbaarheid van de BBL-leerling geldt voor de formatieve inzetbaarheid van de 1e en 2e jaars leerlingen dat dit oplopend is van 0-100% en voor 3e jaarsleerlingen 100%.
De werkgever stelt de informatieve inzetbaarheid van de 1e en 2e jaars leerlingen vast, op basis van de opleidings- en praktijkbegeleider.

[ Terug naar boven ]

IV UITWERKING VISIE

A. HET KIND STAAT CENTRAAL

Inleiding
In dit hoofdstuk gaan wij in op diverse ontwikkelingsgebieden.
Wij maken hierbij voor de duidelijkheid een onderscheid in de verschillende ontwikkelingen. Hoewel wij ons bewust zijn, dat deze allen met elkaar samenhangen en elkaar beïnvloeden.
In onze visie staat het kind centraal in de kinderopvang. Elk kind kent een eigen individuele ontwikkeling. Deze ontwikkeling proberen wij zo goed mogelijk te volgen en te stimuleren.

1. Spelontwikkeling

Het spel neemt op het kinderdagverblijf een belangrijke plaats in.
Spel is een manier om de wereld te ontdekken en te leren hanteren. Wanneer een kind zich veilig, voelt kan het hier bovendien veel plezier aan beleven.
Een kind dat het juiste speelgoed krijgt aangeboden, blijft nieuwsgierig en actief door de geboden prikkels. Een kind moet echter niet worden overvoerd, dat zou tot overprikkeling kunnen leiden.
In spel maken kinderen een aantal stadia door. Vanaf ongeveer twaalf weken kunnen baby's al een voorwerp vasthouden, maar dit nog niet naar believen loslaten.
Tussen de zes en twaalf maanden is het leuk om van alles op de grond te gooien, vanwege het effect dat dit heeft. Een kind begint in die periode ook met het tegen elkaar slaan van voorwerpen en het in elkaar proberen te stoppen van speelgoed.
Door het leren kruipen en later het lopen wordt de wereld van het kind steeds groter en de exploratiedrang lijkt wel oneindig. Onderweg komt het kind van alles tegen, zoals een mooi speeltje, de box, een activity center of andere kinderen uit de groep. Kinderen krijgen bij ons alle gelegenheid om hiermee te experimenteren. Pedagogisch medewerkers zullen dit stimuleren door bijvoorbeeld kinderen op een kleed te zetten. Zij laten de kinderen ervaren, hoe je op voorzichtige wijze andere kinderen en speeltjes kunt onderzoeken.
Rond de negen maanden komt de zgn. objectpermanetie: kinderen weten dat een speeltje nog bestaat, ook al zien zij het niet meer. Zij kunnen het zich blijkbaar herinneren. Dat is vaak het moment, dat kinderen kunnen gaan imiteren. Pedagogisch medewerkers spelen hierop in d.m.v. allerlei verstop- en kiekeboe-spelletjes en imitatiespelletjes, zoals liedjes met bewegingen.
Vanaf ongeveer twaalf maanden beginnen de speeltjes met geven en nemen en krijgen de kinderen de gelegenheid te spelen met "oorzaak-gevolg" speelgoed, zoals trekbeesten en muziekdoosjes. Het verschil tussen "mijn" en "dijn" is nog niet geheel duidelijk, met als gevolg dat zij denken, dat alles wat zij zien of kunnen grijpen, aan hen toebehoort.
De pedagogisch medewerkers zullen hierop reageren door het kind af te leiden of een gelijksoortig stuk speelgoed aan te bieden. Door middel van uitleg proberen de pedagogisch medewerkers een basis te leggen voor samenspel. ("dat kindje mag ook" en "niets is van mij, alles is van ons").

Tussen de twaalf en achttien maanden begint het besef te komen waar voorwerpen toe dienen: een kam wordt naar de haren gebracht, er wordt uit een leeg kopje gedronken. Kortom, zij spelen allemaal situaties na uit de directe omgeving. Het spreekt vanzelf, dat pedagogisch medewerkers hier zoveel mogelijk in meegaan door ook mee te spelen: bv. "mmm, wat een lekker kopje thee". Het onderzoeken zet door.
Blokken worden nu alleen maar gemanipuleerd. De kinderen stapelen maximaal een torentje van drie blokjes. Klei, zand en speeldeeg blijven tot aan het vierde jaar interessant. Het gaat er aanvankelijk niet om wat het eindresultaat is, maar meer om het ervaren van het materiaal.
Rond de achttien tot twintig maanden wordt de interesse voor plaatjesboeken gewekt, daarna begrijpen de kinderen een voorgelezen verhaaltje. Voor dit doel zijn talloze boekjes op het kinderdagverblijf aanwezig, waaruit in een vroeg stadium al wordt "gelezen". Ook de fantasie zet door: een kind kan een kussen pakken alsof het gaat slapen, of het pakt een boek alsof het kan lezen.

Vanaf twee jaar wordt een kind steeds behendiger in motorische activiteiten, b.v. door te klimmen en te glijden en te ontdekken dat de wereld er dan heel anders uitziet. Een speelplaats is ideaal voor deze leeftijdsgroep om zich uit te leven. Kinderdagverblijf Club Bambino heeft in alle drie de vestigingen een speelplaats waar de kinderen onder begeleiding buiten kunnen spelen. Eenvoudige puzzels, kleuren, spelen en allerlei ontwikkelingsmateriaal krijgen de interesse, maar toch blijft het basisspeelgoed als poppen, beren en autootjes favoriet. Het speelgoed wordt in overleg met de kinderen aangeboden door de pedagogisch medewerkers.
In de peutergroep worden regelmatig (groeps)activiteiten ondernomen, voornamelijk op het gebied van expressie. Voorbeelden: verven, kleuren, kleien, plakken, tekenen, muziek en dans, verkleden en schmink.

Rond het derde en vierde jaar krijgt de peuter steeds meer controle over de fijne en grove motoriek. Met blokken kan hij nu al goed overweg. Door nabouwen en fantasie is hij in staat zeer ingewikkelde constructies, zoals treinen, torens en bruggen, te bouwen.
Fantasiespel is vaak zo levendig, dat kinderen soms niet meer weten wat echt en wat niet echt is. Dit kan voor de kinderen angstige situaties opleveren, b.v. bang zijn voor monsters. Pedagogisch medewerkers zullen hierop inspelen door de angst serieus te nemen, en samen met het kind de nodige relativering aan te brengen (b.v. door angstige situaties na te spelen, tandarts, krokodillen).

[ Terug naar boven ]

2. Lichamelijke ontwikkeling

Wij onderscheiden drie aandachtsgebieden, te beginnen met de
motorische ontwikkeling.
In de eerste jaren van het leven van de mens voltrekt zich de motorische ontwikkeling in een buitengewoon snel tempo, vooral in het eerste levensjaar. Meestal is hier een vaste volgorde in te onderscheiden, achtereenvolgens
- grove motoriek
- fijne motoriek.

Het is belangrijk dat het kind de mogelijkheid krijgt, om alle bewegingen uit te proberen. Een aantal mogelijkheden die worden gebruikt in het kinderdagverblijf, zijn:
* rammelaars, in verschillende kleuren en geluiden. Rammelaars prikkelen het kind om te kijken en te grijpen en te luisteren.
* baby-gym; deze hangt boven de box om het grijpen te stimuleren.
* grote en kleine ballen, om te leren gooien en vangen.
* een klimhuis, al of niet met een glijbaan, dat het kind uitnodigt tot klimmen.
* "rijdend materiaal", om de motoriek van het lopen, fietsen en sturen te oefenen.

Het tweede aandachtsgebied is de zintuiglijke ontwikkeling.
- Voelen
De tastzin is voor de baby's het belangrijkste zintuig. Met hun huid maken baby's uitgebreid contact met de wereld, zowel met mensen als met dieren. Dat maakt contactspelletjes op de babygroep zo belangrijk. Oppakken, knuffelen, op schoot nemen, het voorzichtig voelen en aaien van de andere kinderen onderling, het hoort er allemaal bij.
De mond neemt vanaf het begin als tastorgaan een bijzondere plaats in. Met hun mond nemen baby's voor het eerst letterlijk iets van buitenaf in zich op. In de eerste twee levensjaren maakt een kind uitvoerig gebruik van dit zintuig, om kennis te maken met eigenschappen van allerlei materiaal.
Hard, zacht, rond, hoekig, glad, ruw, korrelig, puntig, bobbelig, ze komen het allemaal te weten door dingen te betasten. Eerst met de mond, later met de handen.
In de dreumes- en peutergroep zet zich deze ontdekkingstocht onverminderd voort. Zand, water, klei, vingerverf en allerlei verschillende soorten knuffels zijn voor de kinderen beschikbaar om te voelen en om mee te experimenteren.
Ook op de dreumes- en peutergroepen blijft er aandacht voor lichamelijk contact in de zin van knuffelen, stoeien, op schoot zitten en gezellig een boekje lezen.

- Horen
Het gehoor is bij de geboorte normaal gesproken al redelijk ontwikkeld. Wel horen baby's hoge tonen beter dan lage. Dat is de reden waarom pedagogisch medewerkers (en ouders) tegen jonge baby's vaak een toontje hoger praten.
Het geluid in allerlei speeltjes stimuleert kinderen het gehoor zoveel mogelijk te gebruiken (rammelaars, piepbeesten, activity-center etc.). Het verschil tussen harde en zachte geluiden, hoge en lage tonen, klanken, melodieën en ritmes leren de kinderen spelenderwijs door het aanbieden van muziek in allerlei vormen. Muziekdoosjes, voorzingen, samen zingen en versjes zeggen, luisteren en meezingen van kinderliedjes via de cassetterecorder, swingen op muziek: de kinderen genieten ervan! Het gehoor wordt ook gestimuleerd door op een speelse wijze gebruik te maken van rust en stilte (geen achtergrond muziek) en het herkennen van stemmen.

- Zien
In de eerste maanden kunnen kinderen vrijwel alleen scherp zien op een afstand van 20 cm.
Gaandeweg wordt de wereld om hen heen steeds helderder en scherper. Dat begint met grote vlakken, de contouren lopen nog vaag in elkaar over, details ontgaan hen. Na een maand of drie ontwikkelt zich het afstemmen van beide ogen op elkaar (diepte zien, het volgen van bewegende voorwerpen).
Pedagogisch medewerkers zullen in deze periode speeltjes aanbieden, die het kind uitdagen om voorwerpen te volgen met de ogen, b.v. mobiles, baby-gym of een kleurig speeltje dat voor het gezicht van het kind wordt bewogen.
De baby's zullen naar het speeltje proberen te grijpen, daarbij zien zij de beweging van hun handjes en voelen zij dat er iets met hun arm gebeurt; zij draaien hun hoofdje om hun handjes te kunnen blijven volgen. Het maakt de baby's actief en geeft hen daardoor de ervaring, dat zij zelf dingen kunnen laten gebeuren; dit is heel belangrijk voor de verdere ontwikkeling.
Kleuren onderscheiden kunnen baby's al vanaf een maand. Dat begint bij rood, blauw, geel en groen; later komen daar meer en meer mengkleuren en pasteltinten bij. In de dreumes- en peutergroep wordt gewerkt met verschillende materialen die kinderen helpen kleuren te benoemen en te sorteren. Spelenderwijs zullen de pedagogisch medewerkers bij het voorlezen of bij vraagspelletjes aandacht besteden aan het herkennen en benoemen van kleuren.

[ Terug naar boven ]

- Smaak en reuk
De ontwikkeling van smaak en reuk is erg belangrijk. Dit komt met name aan bod tijdens eet-situaties, door hier variatie in aan te brengen d.m.v. verschillende soorten beleg.

Het derde aandachtsgebied betreft de lichamelijke verzorging.
De lichamelijke verzorging neemt op het kinderdagverblijf een belangrijke plaats in. Deze richt zich bij baby's vooral op de verschoning, maar ook vieze handen en vieze neuzen worden regelmatig schoongemaakt.
Bij de dreumesen en peuters wordt actief gewerkt aan lichaamsverzorging door b.v. aandacht te schenken aan de zindelijkheid en handen wassen.
Wij vinden het belangrijk, dat kinderen zich bewust worden van hun lichaam en de (on)mogelijkheden hiervan. Door dagelijks bezig te zijn met de lichaamsverzorging, proberen wij hen daarin te ondersteunen, b.v. door spelletjes waarbij het aanwijzen en benoemen van lichaamsdelen centraal staan: "Waar is je neus?".

3. Verstandelijke ontwikkeling.
Onder verstandelijke ontwikkeling verstaan wij de ontwikkeling die kinderen doormaken, om hun omgeving te leren kennen en om hierin ordening aan te brengen. Bouw- en constructiemateriaal leveren hieraan een belangrijke bijdrage. Heel belangrijk hierbij zijn taal en spel. In het volgende stukje werken wij de taalontwikkeling verder uit; de spelontwikkeling hebben wij hiervoor al beschreven.

- Taalontwikkeling
Een groot deel van leren en ontwikkelen is afhankelijk van de taal. De taal vormt in feite de basis van alle (sociale) communicatie en begint eigenlijk al onmiddellijk na de geboorte als een zuigeling op zijn moeder reageert met geluidjes.
De taalontwikkeling wordt sterk beïnvloed door de omgeving en is essentieel voor processen als denken, redeneren, zich iets herinneren. Dit betekent dat het al op de babygroep van groot belang is, dat er regelmatig tegen baby's wordt gesproken. Het is goed, om de geluiden die de baby zelf maakt na te doen, maar er moet niet uitsluitend babytaal worden gesproken. Kinderen leren dan niet de klanken te herkennen die in de gesproken taal voorkomen.
Op de dreumes- en peutergroep wordt veel aandacht besteed aan liedjes zingen, (platen)boeken lezen en rijmspelletjes doen. Dit is van groot belang voor het vormen van de woordenschat.
Het benoemen van wat een kind hoort, ziet en doet, is hierbij een goed hulpmiddel, waarbij herhaling heel belangrijk is, b.v. door antwoord te blijven geven op de waarom-vragen en uitleggen waarom iets niet mag.
Verkeerd uitgesproken woorden worden op een speelse manier verbeterd. Taal en/of uitspraak van woorden leer je niet door corrigeren, maar door spelenderwijs te oefenen!
Het bewust gebruiken van radio of cassette-recorder kan een goed hulpmiddel zijn om de taalontwikkeling te stimuleren: samen naar kinderliedjes luisteren, lekker rustig of juist "swingen". Daarnaast proberen wij speelgoed aan te bieden, dat uitnodigt tot praten: (poppenkast)poppen, theeserviesje, knuffels etc.

4. Sociale ontwikkeling.
Onder sociale ontwikkeling verstaan wij de ontwikkeling die jonge kinderen doormaken opdat zij op een prettige manier in verhouding tot andere mensen komen te staan.
Jonge baby's krijgen op de groep al meteen de mogelijkheid om elkaar te zien en aan te raken: samen op de mat, tegenover elkaar in het wipstoeltje. Op het moment dat jonge kinderen zich gaan voortbewegen, stuiten zij letterlijk en figuurlijk op de ander, herkennen in hem een "soortgenoot". Zij zijn nog niet in staat met anderen rekening te houden, dat komt pas rond de achttien/twintig maanden. Rond twee/drie jaar is de sociale rijping van een kind nog steeds gering, maar een tweeënhalf jarige kan al kort met leeftijdsgenootjes samen spelen. Het verschil tussen "ik" en "ik niet" wordt steeds duidelijker. Samen plezier maken zie je al bij kinderen van anderhalf jaar, die samen aan tafel zitten en gekke bekken trekken.
Met name op de peutergroep zijn de groepsactiviteiten van belang. Door samen een spelletje te doen, samen te ballen, samen muziek te maken, leren kinderen zich bewust te worden van anderen en plezier te hebben. Dit zijn activiteiten om (te leren) rekening te houden met groepsgenootjes. In deze fase raken kinderen gevoelig voor het maken van eenvoudige afspraken, het hanteren van simpele spelregels als: op je beurt wachten en het feit, dat je om sommige spelletjes moet vragen. Het groepswerk is dus een belangrijk instrument. Echter wel op een zodanige manier, dat ieder kind op een eigen wijze tot zijn recht komt.
Belangrijk voor de sociale ontwikkeling is voorts aandacht te schenken aan het vieren van verjaardagen, kerstdagen, carnaval, afscheid, enz.

- Zelfstandigheid
Een belangrijk onderdeel van het zelfstandig worden, is de zindelijkheid. Hieraan wordt in overleg met de ouders en afhankelijk van de ontwikkeling en rijping van het kind, aandacht besteed.

[ Terug naar boven ]

Wij vinden het belangrijk, dat het zindelijk worden een speels karakter heeft: jonge kinderen "kijken de kunst af" van hun al dan niet zindelijke groepsgenootjes en willen, zoals zoveel jonge peuters, dit gedrag imiteren.
Pedagogisch medewerkers zullen de kinderen prijzen als zij op het potje gaan zitten. In veel gevallen geeft de peuter min of meer zelf aan wanneer hij hier aan toe is; dit begint soms met afkeer van een vieze luier.
Andere aspecten van zelfstandig worden zijn: zelf leren aan en uit te kleden, handen wassen en leren opruimen.

- Gewetensvorming
Zelfstandigheid houdt niet alleen in dingen zelf kunnen doen, minstens even belangrijk is om zelf te weten wat goed en fout is om te doen in bepaalde situaties.
Bij kleine kinderen moet dit geweten nog worden gevormd. Het is daarom van belang, dat pedagogisch medewerkers daar begrip voor hebben en hier rekening mee houden door vriendelijk, maar consequent en duidelijk kinderen aan bepaalde regels te houden. Het kind leert zo langzamerhand wat wel en niet mag. Kinderen van ongeveer tweeënhalf jaar weten al redelijk wat hun ouders/ leidsters niet goed vinden, maar zij kunnen zich daar alleen nog maar aan houden als die ouders/leidsters ook aanwezig zijn. Iets wat in hun aanwezigheid niet mag, mag wel als zij er niet zijn. Langzamerhand gaat het kind dan de stem¬men van de ouders/leidsters "verinnerlijken". Het gaat zich¬zelf, als het alleen is, hardop toespreken: "nee, mag niet", en gaat vervolgens eerst nog wel even door met datgene wat niet mag. Dan komt de fase waar kinderen de "schuld" op iets of iemand anders gaan schuiven: het weet, dat het iets heeft gedaan wat niet mag, maar heeft het toch gedaan en dat verwart het kind, waardoor het niet meer de ware toedracht snapt en een toedracht gaat zoeken: b.v. de hond heeft het koekje gepakt.
Als kinderen vier jaar zijn, hebben zij meestal wel iets van een innerlijke rem, maar de vorming van het geweten is nog niet voltooid.
Het is belangrijk, dat pedagogisch medewerkers inzicht hebben in de gewetens¬ontwikkeling, omdat een kind anders snel als "stiekem" of "achterbaks" of als "slecht luisterend" zou kunnen worden bestempeld, terwijl het gewoon nog niet anders kan.

5. Emotionele ontwikkeling.
Onder emotionele ontwikkeling verstaan wij de ontwikkeling van het gevoelsleven en het leren uiten van belangrijke emoties, zoals blijheid, boosheid, verdriet, plezier, frustratie.
In dit gedeelte beschrijven wij een aantal begrippen die belangrijk zijn bij de emotionele ontwikkeling.

- Hechten
Belangrijk bij de emotionele ontwikkeling is de mate waarin kinderen zich kunnen hechten. Onder hechting verstaan wij een relatief duurzame affectieve relatie tussen een kind en een of meer specifieke personen met wie het regelmatig interacteert (gebaseerd op Yzendoorn).
Rond zeven maanden is er een hechting aan een vaste verzorger; meestal zien wij bij baby's dan een periode van eenkennigheid optreden. Daarvoor herkent de baby "soortgenoten" en "niet soortgenoten". Als kinderen veilig gehecht zijn aan ouders en groepsleiding, durven zij zelf op onderzoek uit te gaan; zij weten, dat de verzorgers weer terugkomen.
Om veilig te kunnen hechten, zullen er vaste pedagogisch medewerkers op een groep moeten zijn. Die pedagogisch medewerkers moeten gevoelig zijn voor de individuele behoeften van een kind en consequent reageren op signalen die wijzen op het missen van de ouders, zoals paniek, veel huilen.

Dit betekent, dat een pedagogisch medewerker betrokken is bij een kind, maar toch ook een zekere afstand bewaart. Een pedagogisch medewerker en een kind mogen namelijk niet zo gehecht zijn aan elkaar, dat het verbreken van de relatie tot emotionele problemen leidt.
Er is een vast ritueel van afscheid nemen; een eigen knuffel van thuis kan de scheidingssituatie soms aanzienlijk vergemakkelijken.

- Huilen
Het huilen van baby's kan verschillende oorzaken hebben. Soms hebben zij iets nodig, zoals eten, hulp bij een boertje en soms zullen zij pijn hebben, b.v. darmkrampen of ziek zijn. In veel gevallen is er behoefte om dicht bij de pedagogisch medewerker te zijn: de behoefte aan rust, warmte, genegenheid, zekerheid, bescherming. Wanneer de pedagogisch medewerkers ingaan op deze individuele vragen, leert de baby om zijn omgeving te vertrouwen.
Dit vertrouwen, dit gevoel van veiligheid is de belangrijkste basis voor ontwikkeling. Groeien moet je durven. Een warme omgeving zal dat mogelijk maken. Op het verdriet van een dreumes of peuter zal om dezelfde reden altijd worden gereageerd.
Er zijn verschillende manieren om dat te doen en het zal meestal een bewuste keus zijn, afhankelijk van waarom er wordt gehuild: op schoot nemen of juist niet. Belangrijk is, dat de pedagogisch medewerker ervoor zorgt, dat het kind weer zelfverzekerd terug in de groep kan. Bij verdriet dat langer duurt (b.v. moeite met wennen), zullen de pedagogisch medewerkers met elkaar en de ouders bespreken, hoe zij het verdriet zo klein mogelijk kunnen maken: hoe kan het vertrouwen worden vergroot? waar is het kind gevoelig voor? hoe laat het zich afleiden? naar welke leidster trekt het kind het meest?

[ Terug naar boven ]

- Temperament
Kinderen kunnen onderling behoorlijk verschillen in temperament. Met name op de peuterleeftijd is het nog erg moeilijk, om rekening met elkaar te houden. Het kind is bezig met zaken als bezit en "wie is de baas".
De natuurlijke behoefte om te onderzoeken en te experimenteren leidt vaak tot conflicten met groepsgenootjes, wat gepaard kan gaan met nogal wat agressie. De pedagogisch medewerkers proberen zoveel mogelijk "flexibel mee te bewegen" met de temperaments-verschillen in de groep. Dat betekent b.v. dat een niet zo weer¬baar kind moet worden gestimuleerd voor zichzelf op te komen, en dat een agressief kind moet worden afgeremd. Pedagogisch medewerkers kunnen schoppen en slaan niet toestaan, omdat dat de veiligheid van de kinderen in gevaar brengt en omdat dit niet de manier is om een conflict op te lossen. Zij zullen dus alternatieve oplossingen aanbieden, daarbij lettend op hun eigen houding hierin: niet met al teveel stemverheffing praten, niet corri¬geren op afstand, niet voortdurend "nee, dat mag niet" zeggen (positieve benadering).
Alternatieve oplossingen zijn:
- Agressie voor te zijn door bepaalde "verleidelijke zaken" op te bergen, zodat de kinderen er om moeten vragen en er onder begeleiding mee mogen spelen.
- Grenzen stellen: dit mag wel en dat mag niet. Dit is niet bedoeld om hen te frustreren, maar om hun gedrag te kanaliseren. Een oud telefoonboek verscheuren mag wel, een mooi boek niet. Bij duidelijke grenzen zal de peuter zich veilig voelen: hij weet precies waar hij aan toe is. Een vaste dagindeling met afwisselend groeps- en individuele activiteiten, drukke en rustige momenten zullen hierbij helpen. Zo hoeft de peuter niet al zijn energie te stoppen in het "uitproberen".
- Afleiden met een individuele activiteit.

- Een pedagogisch medewerker kan in sommige gevallen bestraffend optreden door een kind vast te pakken en toe te spreken.
- Er kunnen met individuele kinderen afspraken worden gemaakt over wat wel en niet mag (b.v. "eerst mag jij twee rondjes op de fiets en dan mag iemand anders twee rondjes", "we gaan nu eerst eten en dan mag je weer een boekje lezen").

[ Terug naar boven ]

B. LEEFKLIMAAT

Om het leefklimaat op het kinderdagverblijf zo aangenaam mogelijk te maken, zijn er een aantal zaken die wij zo optimaal mogelijk willen laten verlopen.
Hieronder volgt de uitwerking van de volgende onderwerpen:
1. De groepsindeling
2. De dagindeling
3. De groepsinrichting
4. Hygiëne
5. Veiligheid.
1. Groepsindeling
In een babygroep worden maximaal 9 baby's opgevangen in de leeftijd van twee tot en met achttien maanden.
In een dreumesgroep worden maximaal 13 kinderen opgevangen in de leeftijd van twaalf maanden tot en met 2,5 jaar.
In de peutergroep worden maximaal 15 kinderen opgevangen in de leeftijd van twee jaar tot vier jaar.
In de bovenstaande groepen wordt de volgende leidster-kind-ratio gehanteerd:
1 leidster voor 4 kinderen in de leeftijd van 0-1 jaar
1 leidster voor 6 kinderen in de leeftijd van 1-2,5 jaar
1 leidster voor 7 kinderen in de leeftijd van 2,5-4 jaar

2. Dagindeling
De kinderen kunnen vanaf 7.30 uur tot 18.30 uur worden opgevangen.
's Morgens is er sprake van een opvanggroep. Dit wil zeggen dat de kinderen en pedagogisch medewerkers van de verschillende groepen zich samenvoegen. Is er van elke groep een pedagogisch medewerker aanwezig, dan kunnen zij naar hun eigen ruimte.
's Middags vanaf 16.45 uur kan er eveneens sprake zijn van een opvanggroep.
De dagindeling van de baby's is geheel afhankelijk van hun individuele slaap- en eetritme. Het is voor baby's van groot belang dat hun "kinderdagverblijf"-ritme niet teveel afwijkt van hun "thuis"-ritme.
De dreumesen en de peuters hebben een vaster dagritme. Om 9.30 uur wordt er gezamenlijk vers fruit gegeten en limonade gedronken. Deze activiteit zien wij als een gezellige manier om samen de dag te beginnen. Er is aandacht voor elkaar, er wordt gepraat en gezongen. Rond 10.30 uur is er tijd voor o.a. groepsactiviteiten, individuele aandacht, vrij spel en buiten spelen. Pedagogisch medewerkers gebruiken deze vormen afwisselend, zodat er een opbouw in de dag is van rustige en drukke momenten, van sociale en individuele activiteiten. Buiten spelen is een belangrijke activiteit waarbij veel ruimte is voor de natuurlijke behoefte van de dreumes/peuter om te bewegen en te onderzoeken.

Om 11.30 uur wordt er per groep brood gegeten. Aandachtspunten hierbij zijn o.a. leren kiezen van beleg en hoeveelheden, zelf een broodje eten, zelf drinken. De gezelligheid van samen eten staat op de voorgrond. Na het eten gaan de meeste kinderen slapen.

Dit dagelijks terugkerend ritueel begint met uitkleden.
Afhankelijk van hun kunnen worden kinderen spelenderwijs gestimuleerd zichzelf aan en uit te kleden. Bij het naar bed gaan wordt elk kind toegestopt op de manier die het best bij het kind past: liedje zingen, verhaaltje lezen, even kletsen of knuffelen. Voor de peuters die niet meer slapen, is het tijd om een rustige activiteit te gaan doen, b.v. boekje lezen, puzzeltje maken, kleuren etc.
Na het slapen is het tijd om wat limonade te drinken en een cracker of biskwietje te eten.
Vanaf 15.00 uur is er net als 's morgens een aanbod van verschillende activiteiten.
Gedurende de hele dag zijn verschonen en naar het toilet gaan een terugkerend gebeuren.
Voor de structuur en continuïteit van de groep en voor het ritme van het individuele kind vinden wij het belangrijk, dat de kinderen regelmatig en op tijd (voor 9.30 uur) worden gebracht.

3. Groepsinrichting

Om de kwaliteit van de opvang zo optimaal mogelijk te maken zijn de speelruimten ingericht naar de leeftijd van de daar verblijvende kinderen. Zo zijn er een aantal aspecten te noemen die een leefklimaat veilig en sfeervol maken, zoals bouwtechnische aanpassingen van de panden, b.v. verlaagde plafonds, verlichting, ventilatie en isolatie. Door gebruik van de juist gekozen kleuren in o.a. gordijnen, dekens commodes, vloeren etc. wordt een gezellige sfeer gecreëerd. De pedagogisch medewerkers geven aan de inrichting van het kinderdagverblijf een persoonlijke tint in de aankleding van de groepsruimten. Ook de opstelling van het meubilair draagt hiertoe bij. Er wordt een opstelling gekozen waardoor verschillende hoeken ontstaan. Te denken valt aan een eethoek, een poppenhoek, een rustige hoek, een bouwhoek.
Een groepsruimte moet er voor kinderen aantrekkelijk en geordend uitzien. Er is speelgoed voorhanden, dat uitnodigt tot spel.

4. Hygiëne

Uiteraard is een optimale hygiëne van groot belang. Niet alleen vanwege besmettingen, die een ongezond leefklimaat in de hand werken, maar ook begrippen als voorbeeldgedrag, verantwoordelijkheid dragen voor de eigen gezondheid en mentaliteit, spelen hierbij een rol.
Algemene aandachtspunten voor zowel baby-, dreumes- en peutergroepen zijn: het regelmatig verschonen van de bedjes, het opruimen en schoonhouden van de ruimten, het regelmatig wassen van speelgoed en pluche beesten en het dagelijks schoonmaken van de aankleedtafels.
Kort houdbare levensmiddelen moeten worden gecontroleerd, koelkasten en keuken moeten worden schoongehouden. Voor het dagelijks reinigen van de vloeren, slaapkamers en w.c.'s is het eigen personeel verantwoordelijk (zie bijlage schoonmaakschema).
Meer specifiek voor de babygroep geldt het wekelijks uitkoken van de flessen en spenen. Groepsleidsters wassen hun handen voor het maken van de voeding. Op de aankleedtafels wordt geen voedsel gezet; ook mag daar niet worden afgewassen. Flesvoeding wordt gemaakt van gekookt water. Bij het verschonen wordt er voor elk kind een schone handdoek en washand gebruikt. Gezichtjes en handjes worden regelmatig schoongemaakt.


5. Veiligheid


Kinderdagverblijf Club Bambino is opgenomen in het register voor de Kinderopvang van de stad Haarlem c.q. Heemstede c.q. Haarlemmermeer.
In iedere vestiging van Club Bambino is een risico-inventarisatie veiligheid en gezondheid opgesteld. Deze inventarisaties worden door de toezichthouder (GG/GD) beoordeeld. Eenmaal per jaar vindt er een inspectie door de GG/GD plaats. Deze rapportages zijn terug te vinden op de site van de betreffende gemeente of GG/GD.

[ Terug naar boven ]

C. OUDERS

1. Informatieboekje
Iedere ouder krijgt van het kinderdagverblijf een informatieboekje. In dit boekje staat beschreven wat de ouder van Club Bambino kan verwachten en is het huishoudelijk reglement opgenomen. Tevens staat in dit boekje de klachtenprocedure vermeld.

2. Intake gesprek
Voordat een kind bij Club Bambino wordt geplaatst, krijgt de ouder een gesprek met de pedagogisch medewerker van de groep. In dit gesprek komen onderwerpen aan de orde zoals eet-, drink- en slaapgewoonten van het kind. Een eventuele wenperiode wordt op dat moment met de ouders besproken. Ook zal de pedagogisch medewerker informatie geven over de dagelijkse gang van zaken bij Club Bambino.

3. Oudercommissie
Club Bambino heeft in iedere vestiging een oudercommissie.

4. Ouderavonden
Tweemaal per jaar organiseert het kinderdagverblijf een ouderavond (maart en september).
Tijdens deze avonden kunnen de ouders een gesprek aanvragen met hun vaste pedagogisch medewerker, om uitgebreid over de ontwikkeling van hun kind te praten. De pedagogisch medewerkers vragen tijdens deze gesprekken, of ouders nog steeds tevreden zijn over Club Bambino en of zij suggesties hebben ter verbetering.
Ouders kunnen op deze ouderavond ook een gesprek aanvragen met de vestigingsmanager, zeker als zij vragen hebben over beleidszaken etc.
Uiteraard kunnen ouders los van deze ouderavonden te allen tijde een gesprek met de pedagogisch medewerker van de groep, vestigingsmanager of met de directie aanvragen.

5. Overdracht
Ieder kind krijgt bij binnenkomst een schriftje. In dit schriftje schrijft de pedagogisch medewerker van de babygroep iedere dag een overdracht naar de ouders over hoe hun kind die dag heeft gegeten, gedronken, geslapen, gespeeld en eventuele bijzonderheden. Ook ouders kunnen dit schriftje gebruiken om informatie aan de pedagogisch medewerker door te geven. De pedagogisch medewerkers van de dreumes- en peutergroep schrijven een keer per maand een overdracht naar de ouders, waarin wordt beschreven hoe de ontwikkeling van hun kind is.
Iedere dag is er ook een mondelinge overdracht als het kind wordt opgehaald door de ouder.

[ Terug naar boven ]